Te dik?

Madame la Marquise,

Even iets geheel anders: mijn zaakwaarnemer, de heer F., wordt geteisterd door goedbedoelde kledingadviezen en opmerkingen over zijn embonpoint. Zoals daar zijn: “Breng dat overhemd maar naar de kringloop”, en: ‘Is dat knoopje stuk? Dat is natuurlijk omdat je te dik bent.” Dit alles afkomstig van dames die ongetwijfeld het beste met hem voorhebben, maar die hem in HOGE mate storen, dat zult u begrijpen. Wat zou uw advies zijn aan de heer Frénay, als repliek op dit soort grensoverschrijdende bemoeizucht? Zelf heb ik hier niet zoveel last van, aangezien mijn geruit colbert, overhemd en embonpoint bedekt zijn onder mijn Loden jas, die slechts bewondering oproept, althans bij de meesten. (De professorenjas houd ik nog even in beraad).

Tot slot: het is al even geleden dat het laatste deel van onze “Verzamelde Correspondentie’ het licht zag. Als voorpublicatie stuur ik u nu reeds de eerste drie bladzijden  van een nieuw te drukken Verzamelwerk, geheten: “TIPS EN TRUCS van de Markiezin M. Hollenroh Douwinkel de Clouque, ter verlichting en veraangenaming van het leven van DRS. D. (DIEDERIK) DE DUPE, rustend Classicus.” Mocht u een ander portret van uzelf wensen, dan kan dat nu nog moeiteloos worden aangepast.

Intussen verblijf ik,

met zorgelijke groeten,

Uw DDD

PS: Wij zijn van zins a.s. zaterdag of zondag een  bezoek aan de herstelde Molen te komen brengen!


Geachte Heer de Dupe,

Om met mevrouw Groskamp – Ten Have te spreken:: opmerkingen aangaande het uiterlijk van de gesprekspartner zijn ten ene male uit den boze. Men rept eenvoudig niet over kleding, haren, gelaatstrekken, houding, embonpoint e.d.. Uitspraken zoals u die citeert vallen regelrecht in de categorie beschimpingen. Wellevendheid is helaas in hevige mate aan inflatie onderhevig, Men doet en zegt in deze ontwrichte tijd vaak volledig in het wilde weg wat voor de mond komt. Zelfs personen die men een zoetgevooisder stemgeluid zou toedichten kraaien soms, ‘onbedoeld’ erbarmelijke schofferingen uit. Ook kan het voorkomen dat men zich in een regio ontwaardt waar genoemde overtredingen met nadruk intimiteit en vriendschap voorstaan. ‘Entre nous’ betekent daar dat elk blad voor de mond als overbodig wordt beschouwd en men zich ‘alles’ kan permitteren. Ten aanzien van deze doorgeschoten vorm van vertrouwelijkheid is tot op heden het begripsvermogen van uw m. ernstig in gebreke gebleven. Het ‘zich laten gaan’, zelfs bij vrienden, familie en intimi leidt al te vaak tot een betreurenswaardige vergroving van zeden en goede manieren. Waken tegen al te grote gemeenzaamheid is dan ook immer geboden.

Doch uw, zaakwaarnemer, de heer F., verkeert aan de andere zijde, heer de Dupe. Aan hem is het om bij de gewraakte opmerkingen terughoudendheid te betrachten en slechts minzaam, zo niet meewarig te glimlachen. Men beoogt hiermede aan te geven dat men in het geheel niet ontvankelijk is voor de gedebiteerde impertinenties. Men brengt vriendelijk, quasi nonchalant,doch doelbewust, het gesprek op een ander gespreksonderwerp -, zo u het gesprek al wenst voort te zetten. Ten overvloede dient opgemerkt dat enige corpulentie geheel in stijl is met een heer van stand. Bij wijze van pochet of achteloos in de jaszak gestoken, zou de heer F. een exemplaar van een van de uitgaven van de heer Olie B.B. met zich mee kunnen dragen. U zelve weet zich tenminste beschermd tegen onverhoedse en onheuse pijlen richting uw uiterlijke verschijning! Wellicht een tip voor de heer F. om iets minder luchtig gekleed te gaan en zijn contouren meer toe te dekken.

U ving een blik op van mijn buur te water. Zijn kledij was, zoals u vermoedde, van een niets verhullende luchtigheid – tot in de taille wel te verstaan. Buur droeg een soort rubberen hansop die zijn slanke taille ruime bewegingsvrijheid bood: het rubber gaapte wijd uit. Of hij daaronder nog zwemkleding of anderszins droeg werd aan het oog onttrokken door rubber en schaduw. U begrijpt dat uw m. zich hier niet te buiten ging.. Zoals vermeld is de kledij bij bezoek aan de molen in gezelschap van vriendin uitgesproken winters te noemen. Meestentijds arriveren zij in wollen truien uit Noorwegen of IJsland.

Uw m. is zeer vereerd met uw voornemen om ‘De Verzamelde Correspondentie’ nieuw leven in te blazen. Het portret dat u opduikelde doet naar haar mening goede dienst naast uw karaktervolle gelaat. U liet om redenen van, vermoedelijk, ruimtegebrek de naam Braamhorst achterwege, zo constateerde zij. Ach, zulke lange namen kunnen welhaast niet meer in deze tijd. Kort u gerust in waar u dat nodig acht.

Met vriendelijke groeten,

MMBHDdeC