Toneel (1979)
Madame la Marquise,
Ziehier een ‘blast from the past’
UwDDD
TONEELUITVOERING IN MENSINGEWEER
Woensdag 30 april hebben de Mensingeweersters weer kunnen genieten van hun jaarlijkse blijspel, opgevoerd door dorpsgenoten in het dorpshuis. De vice-voorzitter van Dorpsbelangen, mevrouw Geertsema, kon een goed gevulde zaal welkom heten. Na de gebeurtenissen van de dag gememoreerd te hebben werd een hoeraatje uitgebracht op de nieuwe koningin en kon het stuk beginnen. Het gaat in het blijspel „Mister doe-het-zelf’ om een verkiezing voor de titel ,,Mister-doe-het-zelf’, waarvoor Caro Vogel (Tinie de Vries) haar man Otto (Anne Dijkstra) heeft opgegeven. Afgaande op Caro’s verhaal dat voor een groot gedeelte op fantasie berust zal de prijs aan t)tto worden toegekend, nadat een jury (gevormd door Jurrie Wonink en Mieke Linders) dit gerechtvaardigd heeft bevonden. Hierdoor wordt de zeer onhandige Otto in de problemen gebracht. De buren (Jan Bijsterveld en Lisa Balk), tevens vrienden, wippen langs en de buurman zorgt voor een oplossing: hun zoon Bob (Ger Dijkstra) en Otto’s dochter Wilma (Aagtje Dijkstra) zullen de rol van Otto en Caro overnemen om zodoende de prijs in de wacht te slepen. Natuurlijk komen er allerlei verwikkelingen, niet in de laatste plaats door de aanwezigheid van oma, Ótto’s hoogbejaarde moeder (Rieka Hop), die niet alles zo goed meer uit elkaar kan houden. De mannen wringen zich in allerlei bochten om de nieuwe Otto een redelijke indruk te. laten maken op de jury. Als de echte Otto de jury wil vertellen dat ze de zaak hebben beduveld, blijkt dat de vrouwen, die een grap wilden uithalen, wilden doen alsof Otto de titel had gewonnen. Na deze bittere pil is het wel een meevaller voor Otto dat hij zich wel „Brokkenmaker van het jaar” mag noemen, een titel die dezelfde prijs oplevert als die van „Mister-doe-het-zelf’. Dat deze titel voor Otto zeer gerechtvaardigd is wordt uiteraard in het hele stuk uitvoerig bewezen. Door de royale bijval uit de zaal geïnspireerde spelers brachten bijna vlekkeloos en bijzonder enthousiast spel. Nog nahikkend van de lach werden de spelers, de regisseur (de heer Geertsema), de souffleuse (Hennie Schoenmaker) en de grimeuse (Els ….) bedankt, en werd hun een koffie-mok als herinnering aangeboden. Hierna kwam de band in aktie en werd er heel gezellig nog een tijdlang gedanst en gepraat.
Dorpsbelangen kan deze avond als zeer geslaagd beschouwen. Mensen die verhinderd waren deze uitvoering bij te wonen, kunnen 9 mei a.s. de tweede uitvoering gaan bekijken. In het dorpshuis, kwart voor 8. Warm aanbevolen!
Heer de Dupe,
‘Those were the days’! Tijden van ware saamhorigheid onder de vlag van luim en kwalitatief hoogstaand vermaak! Een groot genoegen is het heer de Dupe om de strekking van het blijspel te herlezen, alsook, zo zult u begrijpen, het weerzien van de rolverdeling. Uw m.’s grootste dank. Geleidelijk drijven de herinneringen uit een vergetelheid naar boven.In die dagen werd de nieuwe koningin tenminste nog met een ‘hoeraatje’ geëerd! Heden ten dage -voor het inslaan van het virus – zwermt men bij koninklijke feestdagen doorgaans en masse naar festivals ten behoeve van eigen vermaak. Hoeraatjes vallen ten hoogste popmuzikanten ten deel, veelal als uiting van een liederlijke extase. Een sociale viering onder leiding van en door eigen volk is dan van een volkomen andere orde. Na het door het dorpshuis aangeboden verwelkomende kopje koffie, volgde een klinkende inleiding met aansluitend het op te voeren stuk in meestal drie bedrijven. Eenieder zat werkelijk als aan de stoel genageld, vol onversneden gespannen aandacht – géén ergerlijk heen en weer geloop voor nagelaten toiletbezoek, noch kwam het voor dat onbesuisd de zaal doorkruist werd om voor te sorteren op de spiritualiën – te schenken na het volgende bedrijf. Zoals het artikel beschrijft werd een ieder geheel meegenomen door de vaart der ontwikkelingen en waren intense gemeenschappelijke lachsalvo’s niet van de lucht. Wanneer de ontknoping van het stuk daar was beleefde de zaal als het ware een katharsis waarop men gedurende het gehele komende seizoen voort kon. En toen moest het feest nog beginnen… Muzikanten als de dierbare ‘De Stemmingsboys’, drie van brylcreem blinkende heren in gala tenue – wit gekleurde dinner jackets – heeft uw m. nog scherp voor geest. De dansvloer raakte alras bevolkt. Men verkoos in den beginne meestal de eigen partner, doch al spoedig liet men de rem varen en gingen de benen ook van de vloer met buren en bekenden. Een rijdende rechter was in die dagen een volstrekte overbodigheid! Wanneer de vergunning der muzikanten afliep, de instrumenten in hun koffers.werden opgeborgen bleek de danslust eerst pas waarachtig op stoom gekomen. Tot ver in de kleine uurtjes beleefde men een apotheose zonder weerga – die zich pas het volgende jaar zou herhalen. De slotakkoorden werden gevormd door de polonaise. Met de handen op de schouders van bevriende en minder bevriende dorpelingen slalomde men gezamenlijk naar alle uithoeken van het pand. De tijden volgend op dit festijn begroetten de dorpsbewoners elkaar met minzaamheid en een knipoog.De route naar de dagelijkse plicht was opgefleurd na het gezamenlijke beleven.
Andere tijden heer de Dupe. Terug naar de onze, waarin uw m. haar buurvrouw weldra van boodschappen zal voorzien.Zij is u nogmaals dankbaar voor het inkijkje in de dagen van toen.
Met vriendelijkste groeten,uw MMBHDdeC